Technische termen en begrippen

 

Het is voor een leek niet altijd even makkelijk om een bouwkundige of technische tekening te lezen. Of om wijs te worden uit de termen die gebruikt worden. Op deze pagina vindt u de meest voorkomende en gebruikte termen die u bij uw bouw of verbouw in relatie tot terrazzo tegen zult komen. 

 

Mist u een term in de lijst mail dan a.u.b. naar techniek@terrazzo.nl dan zoeken wij dat voor u op. U krijgt antwoord en de term wordt in de lijst opgenomen.

 

Onderstaande lijst is in bewerking en staat (nog) niet geheel op alfabet. Heeft u een opmerking of een tip, ontbreekt er een term? Dan horen wij dat graag!

 

 

 

                       

Aanbrandlaag
Dunne laag die op een vloervlak of wandvlak is aangebracht om een betere hechting te realiseren voor een daarop aan te brengen laag. De aanbrandlaag kan bestaan uit cement met water met eventueel fijn zand. Droge ondergronden eerst met water bevochtigen (nevelen). Bij sterk zuigende ondergrond is een voorstrijklaag noodzakelijk.

 

Aanbranden
Een vloervlak met een dunne specie behandelen om de hechting van een daarop aan te brengen specielaag te verbeteren.

     

Anhydriet gietvloer
Zelfegaliserende, met anhydriet (CaSO4) gebonden gietdekvloer. Gevoelig voor vocht (CaSO4 is gipspoeder) en ongeschikt als tussenlaag voor terrazzo.

 

Beton
Een al dan niet verhard mengsel van grof en fijn toeslagmateriaal, cement, water en eventueel hulp- en/of vulstoffen.

 

Betonkwaliteit
Na 28 dagen verharding:
B12,5 staat voor 12,5 N/mm2 (125kg/cm2)
B17,5 staat voor 17,5 N/mm2 (175kg/cm2)
B22,5 staat voor 22,5 N/mm2 (225kg/cm2)
B30 staat voor 30 N/mm2 (300kg/cm2)
B37,5 staat voor 37,5N/mm2 (375kg/cm2)
B45 staat voor 45 N/mm2 (450kg/cm2)
B52,5 staat voor 52,5N/mm2 (525kg/cm2)

 

Betonvloer
Bij breedplaat- en systeemvloeren zal de tussenlaag niet hechtend moeten worden aangebracht. Met isolatie of bouwfolie wordt een scheiding gemaakt tussen de draagvloer en de tussenlaag. Dit geldt overigens ook voor vloeren met een vloerverwarmingssysteem. Het vloerverwarmingsysteem moet voldoen aan de eisen die gesteld worden aan "harde vloerbedekking op een verwarmde vloer".

 

Consistentiegebieden
Consistentie van betonspecie moet worden aangepast aan de methoden van transport en verdichting die op het bouwwerk worden toegepast. Er worden vier consistentiegebieden onderscheiden; aardvochtig, halfplastisch, plastisch en vloeibaar.
 
Constructievloer
Horizontaal bouwdeel met een constructieve functie waarop de terrazzovloer wordt aangebracht, en die in staat is de optredende belastingen op te nemen en af te dragen aan de hoofddraagconstructie. Hiervoor wordt ook wel de term draagvloer gebruikt.
De constructievloer levert de benodigde draagkracht, stabiliteit en stijfheid aan de terrazzovloer.
Een terrazzovloer wordt bij voorkeur op een steenachtige constructievloer (bijvoorbeeld beton) aangebracht, maar ook een ondergrond van staal en hout is mogelijk.

D15, D20, D30, D40 (Nen 2741)
De classificatie van de sterkte van met cementgebonden dekvloeren na 28 dagen verharding.
D15 staat voor druksterkte 15 N/mm2 (115kg/cm2)
D20 staat voor druksterkte 20 N/mm2 (200kg/cm2)
D30 staat voor druksterkte 30 N/mm2 (300kg/cm2)
D40 staat voor druksterkte 40 N/mm2 (400kg/cm2)

 

Dilatatie       

Om te voorkomen dat bouwwerken scheuren wordt expres een naad aangebracht in een bouwwerk, vloer, blad, muur, die het mogelijk maakt dat de delen aan weerszijde onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen.

Bij elke opvolgende laag moet de dilatatie van de onderliggende laag worden overgenomen!

 

Doken
IJzeren bevestiging van natuursteen, vaak toegepast om neuten op een dorpel vast te zetten. Zijn bij verdikking door roestvorming vaak de oorzaak van het afspringen van materiaal (betonrot).

 

DTG
Dekvloer Terrazzo Geslepen.

DTU
Dekvloer Terrazzo Uitgewassen.

DTUS
Dekvloer Terrazzo Uitgewassen Slachthuis.

Draagvloer
Horizontaal bouwdeel met een constructieve functie waarop de terrazzovloer wordt aangebracht, en die in staat is de optredende belastingen op te nemen en af te dragen aan de hoofddraagconstructie. Hiervoor wordt ook wel de term constructievloer gebruikt.
De draagvloer levert de benodigde draagkracht, stabiliteit en stijfheid aan de terrazzovloer.
Een terrazzovloer wordt bij voorkeur op een steenachtige draagvloer (bijvoorbeeld beton) aangebracht, maar ook een ondergrond van staal en hout is mogelijk.

 

Fluaat
Praktijknaam voor zout van waterstofhexafluorosilicaat (H2SiF6). Het fluateren dient voor het binden van oplosbare calciumverbindingen in kalkhoudende ondergronden. Er zijn onder de naam "fluaat" ook producten in de handel die bedoeld zijn als polijst -, onderhouds- en reinigingsmiddel voor natuursteen, die in samenstelling geen verband hebben met de bovenstaande stof.

 

Fluateren
Nabewerking waarbij het vloeroppervlak met een fluaat wordt behandeld om het terrazzo-oppervlak van een glans te voorzien.

 

Hechtlaag
Extra laag die een hechting tussen de draagvloer en de daarop aangebrachte dekvloer verbeterd.

Hechtend
De tussenlaag heeft een dikte van minimaal 3 cm (al dan niet voorzien van een bouwstaalmat Ø 4mm). Deze tussenlaag wordt rechtstreeks op de ondergrond gelijmd.

 

Niet-hechtend
De tussenlaag wordt door middel van een membraan van de ondergrond gescheiden. Deze methode wordt toegepast bij vloeren voorzien van vloerverwarming en bij prefab betonnen vloeren. In beide gevallen is de tussenlaagdikte minimaal 7 cm voorzien van bouwstaalmat Ø 5-6mm.

 

Houten vloer
De terrazzo badkamervloer kan met behulp van zogenaamde Lewisplaten op houten vloeren worden aangebracht. Hierbij is het wel van belang dat vooraf de houten draagbalken op draagkracht worden gecontroleerd.

 

Krimpvoeg
Een gedeeltelijke insnijding in een constructiedeel (bepaald vloerdeel) die een uitzetting en krimp in een constructie toelaat.

 

Zwaluwstaartplaten
LEWIS® platen zijn zwaluwstaartvormig gewalste, zelfdragende stalen wapeningsplaten, die worden gebruikt voor de bekisting en wapening van dunne lichtgewicht betonvloeren op (veelal) houten draagconstructies.

        

Bindmiddel
Component in de specie die ervoor moet zorgen dat de vulstof(fen) duurzaam bijeen worden gehouden.

 

Cementgebonden terrazzovloer
Niet constructieve dekvloer die over het algemeen in twee lagen is opgebouwd, waarbij cement als bindmiddel wordt toegepast en waarvan de zichtbare toplaag uit terrazzo bestaat.

 

Dekvloer
Elke afwerklaag, al dan niet op een draagvloer aangebracht, bestaande uit één of meer bindmiddelen en vulstoffen.

 

 

         

 

 

Impregneren
Nabewerking waarbij het vloeroppervlak met een vloeistof wordt behandeld met het doel om het terrazzo bepaalde eigenschappen te geven (bijvoorbeeld bestandheid tegen chemische stoffen, bescherming tegen klimatologische omstandigheden, of bepaalde mate van waterbestendigheid).

Kristalliseren
Een speciale behandeling bedoeld voor marmer- en terrazzovloeren. Tijdens het kristalliseren reageert het calciumcarbonaat met de cruciale component van het kristallisatiemiddel (zeer vaak is dit magnesiumsiliciumfluoride tot een calciumfluoride) (fluoriet). Omdat fluoriet harder is dan calciet (± 11 procent), ontstaat een meer slijtvaste toplaag. Veel belangrijker gevolg is echter, dat de toplaag dichter is (minder poreus en dus minder vlekgevoelig) en in veel gevallen stroever
        

Tussenlaag
Een laag mortel die tussen de toplaag en de draagvloer wordt aangebracht. Deze laag dient voor het egaliseren van de draagvloer en het nivelleren van de spanningen, die veroorzaakt worden door verhardingskrimp van de cementrijke toplaag.
Tussen de toplaag en de draagvloer is meestal een tussenlaag nodig. Alleen wanneer tussen de opdrachtgever en het vloerenbedrijf is overeengekomen dat het oppervlak van de onderliggende draagvloer voldoende vlak, stijf, stabiel en zonder scheuren is, kan hiervan worden afgeweken.

Uitwassen
Nabewerking waarbij met water wordt afgespoeld om de overtollige, niet verharde cementpasta uit de toplaag te verwijderen. De terrazzovloer krijgt door deze nabewerking een schoon oppervlak met een bepaalde textuur, waarbij de korrels van het toeslagmateriaal duidelijk zichtbaar zijn.

        

Portlandcementklinker
Een grondstof voor het fabriceren van cement, bepaald mengsel bereid uit kalksteen en klei.

Schuren; slijpen
Bewerking waarbij, door handmatig of machinaal slijpen, een terrazzo-oppervlak wordt verkregen dat in hoofdzaak wordt gevormd door de slijpvlakken van de korrels van het toeslagmateriaal. 

       

Niet-hechtend
De tussenlaag wordt door middel van een membraan van de ondergrond gescheiden. Deze methode wordt toegepast bij vloeren voorzien van vloerverwarming en bij prefab betonnen vloeren. In beide gevallen is de tussenlaagdikte minimaal 7 cm voorzien van bouwstaalmat Ø 5-6mm.

 

Overschuren
Bewerking die na het spachtelen plaatsvindt, waarbij het vloeroppervlak van de toplaag wordt nageschuurd met schurende middelen.

Polijsten; politoeren
Bewerking waarbij het oppervlak door schuren met zeer fijnkorrelig, schurende middelen een glad en (hoog) glanzend uiterlijk te geven.

 

Spachtelen; plamuren
Bewerking waarbij gaatjes en poriën in het terrazzo-oppervlak van de toplaag worden gevuld, door het oppervlak met een gemodificeerde cementpasta in te wrijven.

Specie
Onverhard mengsel bestaande uit één of meer bindmiddelen of vulstoffen bestemd voor de vervaardiging , c.q. behandeling van plafonds, wanden of vloeren, gereed voor de verwerking. Op de bouwplaats worden de termen specie en mortel nogal eens met elkaar verward.

Toeslagmateriaal
Mengsel van korrels dat geheel of gedeeltelijk uit een combinatie van diverse gebroken natuurlijke en/of kunstmatige bestanddelen bestaat.

Toplaag
Een laag terrazzomortel die wordt aangebracht als een vastliggende oppervlakte-afwerking van een vloer, die na één of meer oppervlaktebewerking(en) bedoeld is om in het zicht te blijven.

Zoeten
Bewerken van de toplaag waarbij het vloeroppervlak met fijnkorrelige, schurende middelen wordt geschuurd tot er een glad niet-glanzend (mat) uiterlijk wordt verkregen.